U bent hier: Service Nieuws Dierenartsen bang voor overdraagbare ziekten

Dierenartsen bang voor overdraagbare ziekten

Nederland is onvoldoende voorbereid op een uitbraak van een nieuwe ziekte die van dier op mens overgedragen kan worden. Dat is de conclusie van het onderzoek dat de ledenorganisatie en dienstverlener voor zorgprofessionals VvAA recent deed. Uit het onderzoek blijkt dat dierenartsen en humane artsen te weinig samenwerken om een nieuwe uitbraak te voorkomen.

 

Driekwart van alle nieuwe ziekten bij mensen zijn afkomstig van dieren. De vogelgriep, de Q koorts en hondsdolheid zijn bekende vormen van zogenaamde zoönosen. Na de uitbraak van de Q koorts vier jaar geleden, zegt 81 procent van de dierenartsen dat de samenwerking tussen hen en humane artsen tijdens een dergelijke uitbraak niet voldoende is. Ook blijkt uit het onderzoek dat vooral dierenartsen (76 procent) zich zorgen maken over een nieuwe uitbraak.

 

Voor het onderzoek zijn 1472 zorgverleners gevraagd om een basisvragenlijst in te vullen. Waaronder 608 dierenartsen, 556 eerstelijns zorgverleners en 308 tweedelijns zorgverleners. Ludo Hellebrekers, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) zegt: “Het overkoepelende belang voor mens, dier en ecosysteem van een gezamenlijke aanpak, is groot. Daarom pleitten we voor samenwerkingsprotocollen waarin wordt opgenomen hoe te handelen bij een uitbraak.” In een debat tijdens het 150 jarige bestaan van KNMvD zijn beide groepen artsen het gesprek met elkaar aangegaan. De uitkomsten van het debat zijn na te lezen op: www.vvaa.nl.



04-10-2012 20:41
Terug naar nieuwsoverzicht